Wat goed dat je Nederlands spreekt

woensdag 10 december 2014

De goed bedoelde vragen en opmerkingen, die vind ik vaak het moeilijkst. Onlangs nog, vulde ik in het winkelcentrum van het dorp waar ik woon een formulier in toen een man – een jaar of zestig was hij – op mij af kwam en zei: “ Goh, wat goed zeg!” mij op de schouder kloppend. Voordat ik begreep waar hij op doelde en kon reageren liep hij al weer verder.

Al op jonge leeftijd leerde ik dat veel mensen mij anders bekijken en behandelen. Mijn mentor in de brugklas zei in mijn eerste mentorles: “Buitenlandse ouders verwachten altijd dat hun kinderen advocaten of dokters worden, maar we hebben ook stratenmakers nodig en een kind dat op de mavo zit, moet zijn lot accepteren.” Hij keek expliciet naar mij en de andere kinderen van niet-westerse achtergrond. Dat moment motiveerde mij om mezelf te pushen en te zeggen dat ik meer kon dan mij werd voorgehouden. Koppig en vastberaden. Gelukkig. Want waar en wat ik vandaag ben, heb ik te danken aan die koppigheid en aan mijn ouders die mij altijd stimuleerden.

Iets wat niet tastbaar is, onzichtbaar, onderhuids, is vaak ook onbewijsbaar. Wanneer je het bespreekbaar wilt maken, dan roepen veel mensen gelijk in koor dat je het je inbeeldt, dat je “normaal” moet doen, of dat het goed bedoeld is. Jouw gevoel van onbehagen wordt met de snelheid van het licht aan de kant gezet. Dan neemt je hoofd het over en je denkt dat het inderdaad niks voorstelt. Maak je niet druk. En hoe vaker je dat onbehagen, dat ongemak wegwuift, hoe normaler je het gaat vinden dat je studiegenoten, collega’s en vrienden opmerkingen maken die kwetsend zijn en eigenlijk niet door de beugel kunnen. Je hoofd relativeert, maar je hart zegt dat je er iets van moet zeggen, dat je IETS moet doen. Het is een intern conflict dat me vaak bezighoudt en mijn energie opvreet. Er zijn mensen die uitgesproken durven reageren. Die niet terugdeinzen en elke situatie waarin sprake is van (on)bedoeld racisme met Hollandse directheid van een ferm antwoord voorzien. Maar die mensen zijn weinig populair. In Nederland-polderland ben je al gauw ongezellig, of radicaal.

Laat ik voor de gelegenheid dan maar eens Hollands direct zijn: alledaags racisme bestaat. Het is iets waar veel mensen in onze samenleving mee te maken hebben. De meeste van hen accepteren het, als een vaststaand onderdeel van hun dagelijkse activiteiten. Een ‘fact of life’. Maar het is tijd dat we gezamenlijk aangeven dat racisme een serieus probleem is, waar we als samenleving mee aan de slag moeten. Het zit niet ‘in ons hoofd’. Het is er. Heel ongezellig!

 

Oh Nederland…

Gedachteloos gevangen in een gemeenschap zonder boodschap
Gevoelloos staren we elkaar aan
Gedwongen tot elkaar
Vechten we voor ons voortbestaan
en vallen we elkaar aan
Oh Nederland mijn vaderland
Als jouw geadopteerde kind
Heb ik recht op genegenheid
Jouw kinderen, mijn nieuwe broers en zussen, zou je moeten leren waarom
Ik inmiddels deel uitmaak van ons gezin
Grappend zou jij als ouder verantwoordelijkheid moeten nemen
Om ons allen te onderwijzen
Om te accepteren dat ik anders ben
Dat ik jullie manieren soms niet begrijp
En mij gefrustreerd en alleen voel
Jullie hebben immers elkaar
Zet me niet in een hoekje en praat niet over mij
Betrek me in ons gezin en vraag mij waar ik van hou,
hoe ik mij voel en leer mij mijn nieuwe familie begrijpen
Wanneer de buren mij aangapen
Of lachend wegkijken
Loop niet weg, maar kom voor mij op
Leer mijn broertjes en zusjes om zich
Niet voor mij te schamen
Koester mij als kind
Dan zal ik als tiener mij raad weten met
Mijn energie en de emoties die in mij omgaan
Dan alleen zal mijn liefde voor jou overwinnen
Ook al zal het soms moeilijk gaan

Nawal Mustafa is een internationaal recht jurist. Geboren in Somalië, getogen in Groningen. Ze is een mix van Hollandse Nuchterheid, Afrikaanse trots en islamitische standvastigheid. Volg haar op @MustafaNawal