Nee, even serieus. Waar kom jij vandaan?

zaterdag 29 november 2014

“Waar kom jij vandaan?”
“Uit Nijmegen.”
“Nee, even serieus.”
“Uit Nijmegen. Serieus.”
“Nee, maar… nou, je weet wat ik bedoel.”
“Nee. Wat bedoel je?”
“Je ziet er niet uit alsof je uit de Noord-Hollandse klei bent getrokken, zeg maar.”

Ik kan het niet verhullen. Met mijn zwarte haren, bruine ogen, licht getinte huid en donkere baard ben ik een hyperzichtbare aberratie van ‘de Nederlandse burger’.

Ze lacht, zenuwachtig. Ik vind het wel best, dit ongemak.

“Nederland is demografisch behoorlijk veranderd, hoor”, zeg ik.
“Pff, ben je altijd zo?”
“Hoe?”
“Ongezellig.”

Dit is niet de meest effectieve strategie om deze vrouw het hof te maken.

“Mijn ouders”, benadruk ik, “die komen uit Turkije.

“Ik ben verder echt op Nederlands grondgebied geboren. Een migrant die nooit heeft gemigreerd. Ja, van Nijmegen naar Utrecht naar Parijs naar Bradford naar Amsterdam. Maar niet van Turkije naar Nederland.”

“Was dat nou zo ingewikkeld?”, zegt ze, terwijl ze het zichtbaar moeilijk heeft.

Ik moet een Nederlander worden.
Mezelf cultureel witwassen en conformeren aan de superieure, verlichte, moderne Nederlandse cultuur.
Tegelijkertijd word ik er voortdurend op gewezen dat ik teveel pigment in mijn huidcellen heb. Voor veel mensen blijf ik toch een Türrük.
De ene keer wil men van geen verschil weten, om vervolgens keihard het verschil te maken.
Keihard.
Zie je wel dat ik uit Nijmegen kom.

Deze tegenstrijdige eisen, hebben impliciet en onbewust een paralyserend effect. Ze kruipen onder de huid.
De semi-neutrale vraag ‘waar kom je vandaan’ racialiseert een sociale relatie. Door racialisering wordt een latent verschil tussen twee mensen, namelijk hun huidskleur, een relevantie in de ontmoeting. En dat terwijl er de facto geen biologische basis bestaat voor ‘menselijke rassen’. In het hondenrijk bestaan rassen, maar er is echt maar één menselijk ras, de homo sapiens. De genetische verschillen binnen en overeenkomsten tussen ‘rassen’ zijn te groot.

Het rassendenken is een menselijk construct. Een mythe met, helaas, reële sociale gevolgen. Het raciale verschil, zeggen sociale wetenschappers, wordt in alledaagse ontmoetingen geconstrueerd. Dat doen we niet permanent, maar op specifieke momenten in specifieke contexten met specifieke personen.

Racialisering beperkt zich niet tot het bewuste, expliciete en intentionele (alle Turken terug naar Marokko!), maar omvat ook onbewuste, impliciete en vaak onbedoelde praktijken waarin mensen tijdelijk en permanent als raciale anderen worden geobserveerd:
‘Waar kom je vandaan?’
In mijn voorbeeld speelt racialisering ondubbelzinnig een rol. Mijn antwoord dat ik uit Nijmegen kom, wordt namelijk niet geaccepteerd.

Huidskleur functioneert als een sociale marker om een ‘nieuwe Nederlander’ van een ‘oorspronkelijke Nederlander’ te onderscheiden. Om deze reden creëert de vraag ‘waar kom je vandaan’ een sociale ongelijkheid en een wit privilege. Immers, in de sociologische verbeelding van Nederland zijn witte mensen onderdeel van de Hollandse familie. De aanwezigheid van witte Nederlanders op Nederlands grondgebied wordt niet ter discussie gesteld. Als witte Nederlanders wordt gevraagd waar ze vandaan komen, dan voldoet ‘Nijmegen’ wel als antwoord.

De betekenissen die we aan alledaagse ontmoetingen geven, zijn cruciaal.
Soms word ik doodmoe van de vraag.
Soms geef ik gewoon antwoord.
Soms vind ik exotisme leuk.
Soms maak ik er een grapje van.
Soms kruipen dit soort micro-agressies onder mijn huid.
Soms wordt de vraag uit oprechte interesse gesteld.
Soms stel ikzelf de vraag aan anderen.
Soms wil ik als gelijke behandeld worden.
Soms identificeer ik me juist als Turkse Nederlander, waardoor ik er ook niet vreemd van opkijk als witte Nederlanders me soms in dat hokje stoppen.

Met andere woorden; de uitkomsten van sociale ontmoetingen hebben een open karakter. Gelukkig!

Mijn punt is dan ook niet dat de vraag ‘waar kom je vandaan?’ nóóit gesteld mag worden. Met fijngevoelige, invoelende, tactvolle en speelse communicatie komen we een heel eind. Daarbij kunnen we ons in de dagdagelijkse botsingen met anderen, voegen naar de status quo of micro-revoluties tot stand brengen. Transformeer de vraag ‘waar kom je vandaan’ op speelse wijze. Keer vanzelfsprekendheden binnenste buiten. Verstoor de ‘normale’ gang van zaken. Verzet je, zo nodig, keihard tegen het dwingende karakter van de vraag door ongezellig te doen.

De oeroude Hollandse norm: gezelligheid.
Wie niet meespeelt volgens de Nederlandse regels is ongezellig, sluit zichzelf uit en hoort er niet bij.
Alsof de vraag ‘waar kom je vandaan’ dat niet ook (tijdelijk) doet.

 

Sinan Çankaya is cultureel antropoloog, man, heteroseksueel, middenklasser, vingerkootjesknakker, geboren in Nijmegen en woonachtig in Amsterdam. Hij is gepromoveerd op onderzoek naar discriminatie binnen de politieorganisatie. Volg hem op: @S1nanCankaya