Ik ben niet racistisch, maar…

donderdag 2 juli 2015

Terwijl gisteren op het Museumplein in Amsterdam ons gedeelde slavernijverleden werd herdacht, stond in Den Haag de Schildersbuurt opnieuw in brand. Volgens burgemeester Jozias van Aartsen is dit onder meer het gevolg van de warmte en de ramadan. Hij roept ouders op hun kinderen binnen te houden. Terwijl het strafrechtelijk onderzoek tegen de politieagenten die verantwoordelijk zijn voor de dood van Mitch Henriquez nog loopt, stelt hij: “Onze rechtsstaat werkt. Racisme bestaat niet binnen het Haagse corps en ook niet binnen de Nederlandse politie.”

Maar hoe onderzoek je racisme? En hoe toon je het aan? Volgens Amnesty International is alleen een strafrechtelijk onderzoek niet genoeg. Hoewel er misschien wordt bekeken of discriminatie een rol heeft gespeeld bij de aanhouding van Mitch Henriques, moet dan opzet en expliciete discriminatie bewezen worden, licht beleidsmedewerkster Gerbig Klos toe. Maar de crux is juist dat racisme meestal helemaal niet opzettelijk of expliciet is. Racisme vindt vaak onbedoeld of onbewust plaats.

In diezelfde lijn hoort de veelgehoorde uitspraak: “Ik ben niet racistisch, maar…” Ironisch genoeg wordt juist deze uitspraak vaak gevolgd door een stereotype opmerking. De mensen die deze uitspraken doen hebben heus geen hekel aan andere bevolkingsgroepen, maar ze moeten niet onze banen inpikken en van onze tradities afblijven, om over onze dochters nog maar te zwijgen. De Jonge Socialisten, DWARS en PINK! zijn helemaal klaar mee en vinden dat het tijd is voor actie. Op Rutte’s uitspraak in maart van dit jaar in de Metro, waarin hij stelt dat hij als premier machteloos staat en voorstelt dat slachtoffers van racisme en discriminatie zich moeten “invechten” in de Nederlandse samenleving, reageren de jongerenorganisaties met drie voorstellen:

1. Om de mogelijkheden tijdens het sollicitatieproces voor iedereen gelijk te maken, dient er een proef te worden opgesteld voor anoniem solliciteren.
2. Om discriminatie tegen te gaan, en de diversiteit in bedrijven aan te moedigen, worden bedrijven verplicht diversiteitsclausules op te nemen.
3. Bedrijven die actief een antiracisme beleid voeren, worden door de overheid beloond met een belastingvoordeel.

Begin dit jaar startten onze zuiderburen een soortgelijke campagne op ikbengeenracistmaar.be. Met een confronterende video wil de organisatie Hand in Hand duidelijk maken dat racisme in België dagelijks voorkomt en dringend bestreden moet worden. Dit doen zij door kijkers de video te laten ‘disliken’, waardoor de video steeds korter is geworden; hoe meer dislikes, hoe korter de video. Nu is alleen nog de uitspraak “Ik ben geen racist” te horen en te zien. Hoewel een dapper en origineel initiatief, kan worden betwijfeld of het inkorten van de video, en daarmee het zwijgen opleggen, de beste manier is om racisme en discriminatie tegen te gaan. Zouden we niet juist in gesprek met elkaar moeten blijven, de discussie aan moeten gaan en gezamenlijk na moeten denken over racistische opmerkingen en situaties waarbij discriminatie een rol speelt in onze samenleving?

In de video waarmee de Nederlandse jongerenorganisaties hun campagne Ik ben niet racistisch, maar… inluiden, tonen vijf Nederlandse jongeren van verschillende afkomsten op een ironische manier dat zij, en met hen anderen in Nederland, regelmatig te maken hebben met racistische uitingen. Een Marokkaans-Nederlandse jongen zegt: “Ik ben niet racistisch, en ik heb ook helemaal niks tegen Marokkanen. Maar mijn dochter moet later niet met een Marokkaan thuiskomen, want zij hebben andere gebruiken dan wij Nederlanders en dat wil ik gewoon niet hebben.” Een meisje met een donkere huidskleur stelt: “Ik ben niet racistisch, maar zo meteen is ‘een zwarte’ mijn baas. Ik heb veel liever een Nederlander. Die zwarten worden overal voorgetrokken. Ze moeten maar leren wat hard werken is voordat ze zoveel verantwoordelijkheid krijgen.” Met een serieuze knipoog maken deze uitspraken duidelijk met welke racistische opmerkingen jongeren met aan bi-culturele achtergrond regelmatig geconfronteerd worden. Door de racistische opmerkingen zelf uit te spreken is, wordt de kijker op een verkeerd been gezet en wordt nogmaals duidelijk hoe ironisch deze uitspraken eigenlijk zijn.

De betrokken organisaties willen op deze manier de aandacht trekken van de Tweede Kamer en aanpassingen maken in onze samenleving, maar richten zich daarbij vooral op het bedrijfsleven. Streepje Voor nodigt je uit om op onderzoek te gaan: welke rol speelt afkomst en huidskleur in onze samenleving? Wie neemt in onze maatschappij welke positie in? En hoe zit het met jouzelf: heb jij een streepje voor, of begin je op achterstand? Naast een persoonlijk resultaat, worden na afloop de persoonlijke ervaringen en verhalen van 20 mensen in video met je gedeeld en kun je jezelf met anderen vergelijken.

Doe hier zelf de test.